Het koninkrijk Denemarken ligt in Noordwest-Europa en vormt een onderdeel van Scandinavië. Denemarken heeft in het zuiden een korte landgrens met het Duitse Sleeswijk-Holstein (68 km). Denemarken grenst in het westen aan de Noordzee, in het noorden aan het Skagerrak en in het oosten aan het Kattegat, de Sont en de Oostzee. Denemarken is  43.077 km2 groot en bestaat uit het schiereiland Jutland en 474 eilanden waarvan er ongeveer 100 bewoond zijn. De kuststroken lijken sterk op die van Nederland met zandstranden, wadden, duinen en dijken.
Voor de kust van West- Jutland liggen veel zandbanken en riffen maar ook lange en brede stranden. De oostkust van Jutland is een fjordenkust waarvan de inhammen lang en bebost zijn. Dit in tegenstelling tot de Noorse fjorden die zeer steil zijn. De goed bevaarbare fjorden dringen vanaf de oostkust diep het land in. 
Hoewel laag gelegen heeft het Deense landschap afwisselende golvende vormen.Het hoogste punt is de Ejer Bavnehøj op de Jutlandse heuvelrug (172 meter). Het laagste punt is de Lammefjord, -7 meter onder zeeniveau. Lolland is laag en vlak en moet door dijken tegen stormvloeden beschermd worden. Verspreid over het hele land liggen vele kleine en grote zwerfstenen, overblijfselen van verschillende ijstijden. De langste rivier is de Gadenå, 160 km lang. Om het eiland Møn en Zuidoost-Sjælland komen steile krijtrotsen voor die een hoogte van ± 140 meter bereiken.
 
Denemarken is het kleinste land van Scandinavië, maar niet minder bijzonder.
Het is het land van de sprookjes van Hans Christian Andersen, van de maagdelijke stranden van Jutland, van de miljoenenstad Kopenhagen, Smørrebrød (roggebrood met haring) en de vele verrassende eilandjes, zoals Lolland, Møn en natuurlijk Seeland.
Denemarken heeft wel iets van Nederland: boerderijen, kleine dorpjes, akkers en weilanden, steden en karakteristieke kerkjes.
De zeer grillige kust van Denemarken heeft een kuststrook van 7500 km, (bijna evenveel als het 10x grotere buurland Zweden)  met vele stranden, ook wel de Deense Rivièra genoemd.
Vooral de westkust van Jutland aan de Noordzee is bekend, daar treft men lange brede zandstranden met mooie zandduinen, de zee kan aan de Noordzee wat ruwer zijn.

Aan de oostkant van Jutland met zijn vele eilanden is het een stuk rustiger, groener, de weilanden en velden grenzen tot aan de zee en het water is er minder zout.

De natuur, de steden en dorpen van Funen zijn van topniveau. De vele natuurlijke omheiningen verbinden bossen en velden tot een schilderachtig geheel en idyllische plaatsen met dorpsvijvers, strogedekte vakwerkhuizen, stokrozen en oude boomgaarden kom je nog overal tegen. Het Funense landschap is ook nog een schatkamer van goedbewaarde historische overblijfselen.
En dan zijn er nog talloze schitterende landgoederen! In geen enkele andere streek in Denemarken zijn zoveel landgoederen te vinden als op Funen en op de naburige eilanden Langeland en Ærø.

In de musea in Aalborg en Roskilde herleven de Vikingtijden. In Roskilde zijn meerdere Vikingschepen te bewonderen en worden ook Vikingschepen nagebouwd.
Denemarken heeft een gematigd zeeklimaat, dat sterk wordt beïnvloed door de temperatuur van het water van de Noordzee.
Denemarken heeft een prettig vakantieklimaat, want de zomers zijn zonnig. Het is er niet zó warm, in juli is de temperatuur gemiddeld tussen de 15 en 16,5 graden Celsius
Bij oostenwind kan de temperatuur echter oplopen tot ver boven de 30 graden Celsius.
De meeste regen valt in de herfst, vanaf augustus tot en met oktober. De droogste maanden zijn mei en begin juni.
Zee, zon, strand, natuur, rustig dat zijn de kenmerken van Denemarken.

Hans Christian Andersen en De kleine zeemeermin

Terug