HET MEER VAN GALILEA
Het meer van Galilea ligt 212 meter beneden het peil van de Middellandse Zee. De lengte van het meer bedraagt 21 km, de grootste breedte 13km, de diepte 48 m, de omtrek 52km, terwijl de oppervlakte op 170 km2 wordt berekend.
Het meer van Galilea heeft verschillende namen en wordt behalve 'Zee van Tiberias', ook meer van Genesareth genoemd, terwijl zijn Hebreeuwse naam is, 'meer van Kinneret', wat wijst op de vorm van het meer, nl. die van een harp. Kinneret betekent in het Hebreeuws: ,,harp”.
Het meer is rijk aan vele vissoorten, o.a. karper, poon, sardines, meerval en de Galilese kamvis, deze worden nog net als vroeger met het net gevangen.
Het water is zeer helder en in de regel kalm, maar in de winter kan het hier echter geweldig spoken en bij stormachtig weer slaan huizenhoge golven tegen de oevers.
Ten tijde van Jezus was Galilea een kruispunt van wegen in alle richtingen.
De goede verbindingen, de buitengewone vruchtbaarheid van de valleien, de adembenemende schoonheid van het landschap, de hete bronnen van Tiberias, alles was dermate aantrekkelijk dat het een aanzienlijk aantal mensen aantrok om zich in deze streek te vestigen.
Het hele gebied was dan ook het toneel van voortdurende bedrijvigheid. Zo vormden zich rond het meer wel negen steden, waarvan elke stad minstens 15.000 inwoners telde.
De paradijsachtige schoonheid van het meer is in vele talen bezongen en vele mensen, die het meer bezochten, schreven erover in lyrische bewoordingen. Een sprankelend blauwe spiegel, zoetwater, vol vis. Het meer van Galilea is alles te gelijk: eten, drinken en lucht. Een lust voor het oog, een verkoeling voor de hitte, een vlucht uit de massa.
Waar nu nog nauwelijks bomen staan, waren vroeger uitgestrekte bossen, waar nu moerassen zijn, waren eens prachtige tuinen en waar nu zo af en toe een bootvoorbij zeilt, voer eens een hele vlootvan zeilschepen.” Geen enkel ander meer, hoe schitterend ook, is zo betoverend en fascinerend als het meer van Galilea.
De azuurblauwe strakke hemel, geen zuchtje wind, het diepblauwe heldere water waarde bergen zich in spiegelen en tegen de horizon de vissersbootjesvoorbij glijden, die er uitzien alsof ze juist op het linnen geschilderd zijn, dit alles maakt op de beschouwer een onuitwisbare indruk.
Op de hellingen rondom het meer en aan de oevers van het meer, Josephus noemt het de ,,Eerzucht der Natuur”, was het vol leven en bedrijvigheid toen Jezus begon te prediken over het Koninkrijk Gods. |